Windenergie PDF Afdrukken E-mail
Artikelindex
Windenergie
Techniek
Opbrengst
Weerstand
Discussie
Dwaallichten en Don Quichottes
De schone kant van het verhaal
NWEA: Feiten die pleiten vóór windenergie
Meer informatie

Weerstand 

De bijdrage van windenergie wordt door tegenstanders stelselmatig gekleineerd. De cijfers die daarbij gehanteerd worden zijn telkens dezelfde en zijn ontleend aan een boekje dat ir. Hans Halkema zo'n tien jaar geleden schreef en zelf maar uitgaf omdat uitgevers al na de eerste bladzijde de fantast herkenden. In zijn persbericht bij de presentatie hekelt Halkema de leugens en halve waarheden van de windlobby en verzoekt hij de media toch vooral dóór te vragen omdat men volgens Halkema stelselmatig de feiten verdraait. Daarom hier enkele uitspraken die de Halkema-groep telkens weer in de kranten zet, met daarna de werkelijkheid:

'De windlobby haalt steevast de begrippen vermogen en energieopbrengst door elkaar.'

Voor een (toekomstige) windturbine-exploitant is alleen de opbrengst interessant. Die kan bepaald worden als de gemiddelde windsnelheid op de locatie en ook de afmetingen (dus merk en type) van de windturbine bekend zijn. Een windturbine wordt vaak aangeduid met het fabrikaat en een getal wat het generatorvermogen aangeeft. Ook in de autobranche geeft men het motorvermogen aan. Dat dit vermogen bij auto's slechts zelden nodig is voor de maximaal toegestane snelheid in Nederland wordt er niet bij gezegd, maar weet iedereen. Dat het niet elke dag windkracht 10 is weet ook iedereen.
De productie van moderne windturbines ligt al gauw op enkele miljoenen kWh's. Omdat die grote getallen de gemiddelde leek niet zoveel zeggen wordt vaak de aldus bepaalde opbrengst gedeeld door het gemiddelde stroomverbruik van een Nederlands huishouden (ca. 3.200 kWh/jaar). Zo komt men tot een vuistregel die zegt: per MegaWatt windvermogen kunnen op een windrijke locatie ruim 700 huishoudens van stroom worden voorzien. De anti-wind-lobby vindt dit maar niks omdat men liever ontkent dat er zoveel energie wordt opgewekt met windenergie. Men praat liever in TWh (1.000.000.000 kWh) omdat niemand dat begrijpt en er bovendien een lekker klein getal uit rolt. Of men telt eerst de totale energieproductie in Nederland bij elkaar (gas en elektriciteit, maar nog geen zon...) en deelt dat door het aantal huishoudens om een eigen nieuw verbruik per huishouden te bepalen. Het aantal huishoudens waarvoor een windturbine van 1 MW dan de stroom produceert daalt dan drastisch en dat wil men graag. Maar wie verdraait in die berekening de feiten?

'Windmolens produceren geen energie onder de windkracht 4 en boven 7 à 8 moeten ze uit.'

Twee leugens in één zin, wederom bedoeld om de betekenis van windenergie te kleineren. In werkelijkheid begint een windturbine energie te produceren bij windkracht 2 à 3. Bij windkracht 6 bereikt een windturbine zijn volle vermogen en hij blijft daarmee produceren tot de windsnelheid langer dan 4 seconden groter is dan 25 meter per seconde. Dat is al ruim voorbij de grens van windkracht 10. Zodra de windsnelheid daalt en langer dan 5 seconden onder de 20 meter per seconden blijft, gaat de windturbine weer produceren. Deze veiligheidsbegrenzing heeft slechts minimale gevolgen voor de productie. Zulke windsnelheden komen slechts zelden voor en de constructies van de windturbine zou veel zwaarder gedimensioneerd moeten worden voor dit soort uitzonderlijke gevallen. Dat zou windturbines veel duurder maken.

'Windmolens draaien voornamelijk op subsidie in plaats van op wind'

Dat is wel een aardige one-liner, maar natuurlijk niet waar. De kosten van milieuvervuiling worden helaas nog onvoldoende aan de vervuiler doorberekend. Daardoor lijkt schone energie nog duurder dan energie die met fossiele of andere brandstoffen is opgewekt. Als de zogenaamde externe kosten in rekening zouden worden gebracht zou het verschil - afhankelijk van de bron - tussen de 3 en 6 eurocent minder zijn.