Windenergie PDF Afdrukken E-mail
Artikelindex
Windenergie
Techniek
Opbrengst
Weerstand
Discussie
Dwaallichten en Don Quichottes
De schone kant van het verhaal
NWEA: Feiten die pleiten vóór windenergie
Meer informatie

Techniek 

Een windturbine bestaat uit een mast, een molenhuis ofwel de gondel en wiekenstel ofwel de rotor. Het rotorblad is het belangrijkste onderdeel.
Door de vorm van het blad wordt de energie in de langsstromende lucht omgezet in een draaiende beweging. Die draaiende beweging wordt via de hoofdas in de gondel versneld in een tandwielkast. De as van de tandwielkast drijft op zijn beurt een generator aan die elektriciteit opwekt. Op de gondel meet een windvaan de windrichting. Als de windrichting verandert dan zorgt een kruimotor ervoor dat rotorbladen en gondel op de wind gehouden worden.

Een windturbine kan stroom leveren wanneer het waait. Hoe sterker de wind hoe meer energie er wordt geleverd per tijdseenheid. Het generatorvermogen geeft aan wat de turbine maximaal kan produceren; meestal zal de produktie daar onder zitten omdat het lang niet altijd stevig waait. Een turbine begint stroom te leveren bij ongeveer 3 meter per seconde (windkracht Beaufort 2). Naarmate het harder waait neemt het nominale vermogen toe. Bij een windkracht van 12 meter per seconde (windkracht 6) bereikt de turbine doorgaans het maximale vermogen. Bij hogere windsnelheden blijft het vermogen constant en de turbine wordt automatisch stilgezet of teruggeregeld bij 25 m/s (ruim windkracht 10). Gaat het daarna minder waaien, dan gaat de windturbine automatisch weer draaien.