|
13 jun 08
Zondag 15 juni is het Europese winddag. Reden voor feest, want windenergie groeit als kool. Vorig jaar is er wereldwijd 20 Gigawatt aan windvermogen bijgekomen, dat is de totale hoeveelheid die er in Nederland staat aan elektriciteitscentrales! De verwachting is dat die capaciteit de komende tien jaar nog eens zal vervijfvoudigen. Zelfs in het dichtbevolkte Nederland is het aandeel windenergie vorig jaar met meer dan een kwart gegroeid. Windstroom is inmiddels de belangrijkste bron van groene stroom die in Nederland wordt opgewekt. Maar dat percentage windstroom is met 3% wel erg bescheiden vergeleken bij de landen om ons heen. Té bescheiden, gezien de ambities van dit kabinet en de prangende noodzaak om het klimaatprobleem aan te pakken.
Het kabinet wil de komende 12 jaar ongeveer 4000 MW extra op land realiseren. Wij onderschrijven deze ambitie van harte. "Windenergie op land" is een zeer rendabele energiebron, en zal de komende jaren de beste optie zijn voor vergroting van het aandeel duurzame energie. Windturbines zijn in verschillende gebieden goed te combineren met het Nederlandse landschap. Ook kan de bouw van grote windturbines in de komende periode gecombineerd worden met het slopen van windturbines op plaatsen waar deze slecht bij de natuur en het landschap passen. De nieuwe opgave creëert dus kansen om de kwaliteit van het landschap te versterken terwijl de capaciteit windenergie tegelijkertijd vergroot wordt.
Echter: dan moet de besluitvorming wel anders georganiseerd worden. In de top10 struikelblokken van windturbineparken staat namelijk prominent de gemeente op nummer 1: een onwillige wethouder of een kritische gemeenteraad laten menig plan struikelen. Op de manier waarop gemeenten nu lokale en mondiale belangen tegen elkaar afwegen lukt het nooit om veel windenergie op te wekken. Het electorale belang ligt daarvoor teveel bij het lokale verzet.
De gewenste groei van windenergie vraagt dus om nieuwe wegen, met een sterke regie van de overheid. Het is tijd dat ministers en provincies vooruit kijken en zich uitspreken: voor een sterke rijksregie op het windmolendossier. Voor "wind op zee" heeft het rijk daar reeds voor gekozen, zo bleek uit de brief van de 3 ministers in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Nu nog op land naar een offensieve strategie. De rijksbouwmeester heeft een goed voorstel gedaan hoe windturbineparken en windturbinevrije gebieden, in afwisseling, het draagvlak voor windenergie versterken. Het voorstel is Nederland in 3 zones in te delen. Enkele grote energielandschappen, gebieden waar de windturbines het landschap bepalen en domineren. Daarnaast gebieden waar windturbines ingepast worden in hun omgeving en tot slot vides: gebieden waar windturbines geweerd worden. Een snelle verkenning met verschillende betrokken partijen heeft laten zien dat op die manier de rijksopgave gerealiseerd kan worden terwijl de ruimtelijke kwaliteit er op allerlei manieren erop vooruit gaat.
Op dit moment voeren rijk en provincies gesprekken over een nieuw klimaatakkoord. Hoe er moet worden omgegaan met de regie over windturbines is daarbij een heikel punt. Provincies willen graag baas in eigen gebied blijven maar het is een grote vraag of dat de benodigde ruimtelijke kwaliteit en genoeg windenergie oplevert.
De minister kan daarom niet buiten beeld blijven. Zij zal moeten vastleggen waar we in Nederland gaan inzetten op grootschalige windenergieparken en waar windturbines voortaan geweerd zullen worden. De kwaliteit van natuur en landschap moet bepalend zijn bij de aanwijzing van zowel concentratiegebieden als de vides. De minister dient dit vast te leggen in een structuurvisie in het kader van de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening (WRO). Vanzelfsprekend na een zorgvuldige afweging waarbij alle partijen worden betrokken. De minister zal vervolgens moeten bewaken dat de grote windmolenlocaties ook daadwerkelijk gerealiseerd worden, zodat andere gebieden ontzien kunnen worden.
De provincies dienen voor de overige gebieden, na een zorgvuldige landschappelijke toets, de gebieden voor kleinschaliger windlocaties aan te wijzen. Voor zowel de grootschalige als kleinschalige windparken geldt vervolgens dat veel ruimte wordt gegeven aan participatie door lokale betrokkenen. Als gemeenten onvoldoende meewerken, is doorzettingskracht van provincies (en voor de concentratiegebieden het Rijk) nodig om plannen te realiseren.
Vandaag, op de dag van de windenergie, roepen wij rijk en provincies op om zich niet te verliezen in bestuurlijk gesteggel over wie over welk gebied de baas is, maar om samen met elkaar de adviezen van de rijksbouwmeester in te kleuren met een ruimtelijke lange termijn visie op de realisatie van 4000 MW windenergie en die visie vervolgens door de minister te laten vastleggen in een structuurvisie Windenergie.
Joris Hogenboom, De Provinciale Milieufederaties
Liesbeth van Tongeren, Greenpeace
Mirjam de Rijk, Stichting Natuur en Milieu
Frank Köhler, Milieudefensie
Sible Schöne, programmadirecteur Hier klimaatcampagne
(oorspronkelijke ingezonde brief aan De Volkskrant, die bij plaatsing op 13 juni de titel verbasterde tot: 'Weer wethouder bij windmolen')
Powered by AkoComment! |