Inhoudsopgave:
1. De zon, bron van alle energie
Het zonlicht dat op Nederland valt, bevat vijftig maal zoveel energie als we met zijn allen gebruiken. Dat ons klimaat te bewolkt zou zijn voor zonne-energie, is onzin. De uitdaging is, om zoveel mogelijk van die zonne-energie op een zo efficiente en effectieve manier om te zetten in de voor mensen gewenste -of: bruikbare- vorm. Afhankelijk van de manier waarop we zonne-energie benutten spreken we over passieve zonne-energie, thermische zonne-energie of zonnestroom (PV).
2. Passieve zonne-energie
Als zonne-energie wordt benut zonder er ook maar iets voor te doen spreken we van passieve zonne-energie. Als de ontwerper van een gebouw rekening heeft gehouden met de wijze waarop de zon het gebouw beschijnt kan een comfortabel binnenklimaat gehandhaafd worden. Een goed ontwerp benut de voordelen en ontwijkt de nadelen van de zoninstraling.
Concreet gaat het om het drogen van de was in de zon, of gewoon lekker in de zon zitten. Bij een woning heeft de woonruimte een groot maar niet al te hoog raam op het zuiden met en een schuin dak erboven. Als 's winters de zon naar binnen schijnt heeft de bewoner het zonder te stoken al snel behaaglijk terwijl 's zomers als de zon hoog staat, het dak al te grote verhitting tegenhoudt. Ook een serre aan een woning is zeer geschikt als voorverwarming van de woonruimte.
Passieve zonne-energie wordt al sinds mensenheugenis toegepast. Onder meer de Romeinen wisten hier in hun architectuur zeer uitgekiend mee om te gaan. Passieve zonne-energie is onderdeel van stedenbouwkundig beleid. In het bijzonder gaat het om zuidoriëntatie van straten. Aan de zonthermische en PV-optie wordt dan eveneens recht gedaan.
Er zijn schitterende voorbeelden in de nieuwbouw, bijvoorbeeld hier. Uitgebreide informatie in een nog steeds actuele brochure van Novem uit 1998 vind u hier.
Milieucentraal heeft over passieve zonne-energie ruimschoots aandacht besteed: hier
Ook in bestaande bouw kan het heel goed werken, zoals het project Sleephellingstraat in Rotterdam heeft aangetoond. Een film die dit heel duidelijk maakt is te vinden
3. Actieve zonne-energie
Thermische zonne-energie
Wordt de warmte van de zon gebruikt dan spreken we over thermische zonne-energie. Een zonneboiler zet met behulp van een zonnecollector het zonlicht om in warmte. Omdat we het hele jaar warm water gebruiken heeft de zon volop kans om hieraan bij te dragen. Het geeft een prettig gevoel om voor dit comfort te profiteren van gratis zonne-energie.
Zonnestroom
Zonnepanelen bevatten zonnecellen die zonlicht omzetten in elektriciteit. Deze toepassing wordt ook wel PV genoemd naar het Engelse photovoltaïcs. Zo heb je dus een eigen zonnestroomcentrale waarmee je in (een deel van) je elektriciteitsbehoefte kunt voorzien. Wat je opwekt wordt direct door de apparatuur in huis verbruikt, een eventueel overschot aan energie lever je terug aan het openbare elektriciteitsnet.
4. Thermische zonne-energie
Zonneboilersystemen
Zonnewarmte is een eenvoudige en breed toepasbare techniek met weinig afbreukrisico's. Met een zonneboilersysteem zet u op een duurzame wijze zonnewarmte in voor warm tapwater en ruimteverwarming.
De infobladen van AgentschapNL gaan in op de diverse aspecten van zonneboilersystemen:
In dit infoblad wordt uitgelegd wat een zonneboilersysteem inhoudt.
Welke typen zonneboilers zijn er op de markt?
U kunt kiezen uit diverse zonneboilersystemen:
- Standaard zonneboiler
- Thermosifon-systeem
- Compacte zonneboiler
- Cv-zonneboiler
- Zonneboilercombi
- Grote zonneboilers
Meer informatie over montage tref u hier
Investering en opbrengst
Wat heeft u nodig om de maximale opbrengst te halen uit uw zonneboilersysteem?
De investeringskosten voor een zonneboilersysteem zijn hoger dan voor een standaard cv-ketel. Dit infoblad helpt u bij het afwegen van de kosten en baten.
Marktaspecten
In Nederland bieden zonneboilers de komende jaren meer kansen dan zonneboilercombi’s. Hoe zit dat op de langere termijn? Meer informatie treft u aan in dit informatieblad
Wet- en regelgeving
Voor een zonneboilersysteem heeft u soms een bouwvergunning nodig. Houd ook rekening met bouwtechnische eisen. Hier kunt u het informatieblad downloaden.
Kwaliteitsaspecten
Voor de installatie van zonneboilersystemen gelden ontwerp- en uitvoeringsrichtlijnen. In dit infoblad vindt u verder informatie over keurmerken, normen, garanties en service.
5. Het hoe en wat van Zonnestroom
Het proces waarmee een zonnecel licht omzet naar elektriciteit heet photovoltaïsche omzetting: de omzetting van licht naar elektriciteit. Veelgebruikt is de afkorting "pv", dat stamt van het Engelse "photovoltaic". Het proces van photovoltaïsche omzetting berust op het principe dat elektriciteit gaat stromen tussen twee niet identieke halfgeleiders als deze met elkaar in contact worden gebracht, en worden blootgesteld aan licht. De meest gebruikte zonnecel is gemaakt van silicium. Silicium is een halfgeleidermetaal dat op aarde in grote hoeveelheden voorkomt: de grondstof is zand.
Het gebruikte silicium bestaat uit twee verschillende geprepareerde lagen. In de ene laag is een zeer kleine hoeveelheid fosfor aangebracht, in de andere laag een kleine hoeveelheid borium. Tussen deze twee lagen bevindt zich een scheidingslaag. Aan de voorzijde van de cel zijn dunne contactbanen aangebracht, aan de achterzijde van de cel een dun metalen laagje (meestal zilver of nikkel). Onder invloed van licht worden er elektronen in de zonnecel losgemaakt en ontstaat er een spanningsverschil tussen de "min" (voorcontact) en de "plus" (de achterzijde van de cel). Hierdoor gaat er een elektrische stroom lopen. Voor het op gang komen van het photovoltaïsche proces is niet persé direct zonlicht nodig. Ook op een bewolkte dag levert een zonnecel elektriciteit.
De huidige zonnecellen worden vervaardigd uit silicium.
Er zijn drie verschillende typen cellen te onderscheiden:
Monokristallijne zonnecellen zijn gemaakt van siliciumplakken (wafers), die uit een "monokristal" zijn gezaagd. Dit kristal is gecontroleerd afgekoeld waardoor een gelijkmatigere structuur is ontstaan dan bij poly- of multikristallijne cellen. Monokristallijne cellen zijn te herkennen aan hun gelijkmatige, diep donderblauwe, bijna zwarte uiterlijk.
Polykristallijne zonnecellen (ook wel multikristallijn genoemd) zijn ook gemaakt van siliciumwafers die uit een kristal zijn gezaagd. Het rendement van deze cellen ligt over het algemeen iets lager dan dat van monokristallijne zonnecellen. Poly- of multikristallijne cellen zijn te herkennen aan de schilfertjesstructuur
De kristallijne wafers ondergaan meerdere complexe speciale behandelingen en zo ontstaan zonnecellen. De techniek ontwikkelt steeds grotere en dunnere cellen met hogere rendementen. Deze zijn zeer breekbaar.
De dunne film techniek (amorf silicium, CIGS, Cad-Te) wordt niet zoals beide voorgaande kristallijnmaterialen uit een blok silicium gezaagd, maar wordt op een ondersteunend materiaal "opgedampt" (glas, of flexibel folie). Door het gebruik van relatief weinig silicium ligt de opbrengst lager dan bij de kristallijne panelen. Hier zijn geen individuele cellen zichtbaar, een dunne film paneel is vaak een geheel.
Vooralsnog zal de informatie op deze site zich richten op kristallijne zonnepanelen, deze worden in Nederland het meest gebruikt.
Een zonnepaneel: een solar tosti
Een kristallijn zonnepaneel bestaat uit de volgende laagjes (van boven naar beneden):
Zonnepanelen zijn er in honderden afmetingen, een veel voorkomende maat is 1,50 x 1 m. Op platte daken worden ze doorgaans landscape geplaatst, met behulp van ballast. Op schuine pannendaken staan ze meestal portret. Het gewicht van een paneel hangt uiteraard af van de grootte, maar ligt bij 175-200 Wp panelen zo rond de 18 kg.
Er zijn ook panelen die doorzichtig zijn. Dan is tedlar laag vervangen door een glasplaat en de cellen zijn verder uit elkaar geplaatst. Indien dergelijk panelen in een atrium gebruikt worden, of in ieder geval in ruimtes waar mensen onderdoor lopen, wordt speciaal gehard veiligheidsglas gebruikt. Doorzichtpanelen zijn zelfs verkrijgbaar in een superisolerende uitvoering (HR++-glas), dan wordt er nóg een glasplaat en een speciaal gas aan het pakket toegevoegd. Deze bijzondere en kostbare panelen zijn vaak maatwerk en speciaal ontworpen voor een bepaald project. Er zijn ook doorzichtpanelen met dunne film techniek. Ook hier kun je variëren in de lichtdoorlatendheid.
Vermogen = Wp
De belangrijkste eigenschap van een zonnepaneel is het vermogen, uitgedrukt in Wp (Watt piek). Des te meer vermogen, des te meer kWh-en. Er zijn kleine zonnepaneeltjes van 10 Wp, maar ook enorm grote van 240 Wp. De in Nederland meest gebruikte zonnepanelen hebben een vermogen tussen 175 en 220 Wp per paneel.
Het vermogen van een paneel wordt in de fabriek gemeten, helemaal aan het eind van de productielijn. Dit gebeurt met een flashtest; in ene donkere kamer wordt een afgemeten bundel licht op een paneel losgelaten. Hoeveel energie het paneel dan produceert bepaalt zijn vermogensklasse. Zo kun je panelen onderling dus met elkaar vergelijken. Exacte dezelfde panelen met identieke afmetingen kunnen dus toch een verschillend vermogen hebben. Op de datasheet van een type paneel staat altijd het vermogen vermeld alsmede de vermogenstolerantie. Een 200 Wp paneel met een tolerantie van +/- 3% kan dus een geflashd vermogen hebben dat tussen 194 en 206 Wp ligt.
Van vermogen (Wp) naar stroom-opbrengst (kWh)
Grofweg kun je zeggen dat je in Nederland een energieopbrengst van gemiddeld 850 kWh/kWp kunt verwachten. Dat betekent dat een paneel van 200 Wp jaarlijks 170 kWh produceert. Uiteraard wel onder de voorwaarden dat het schaduwvrij, zuidgericht en met een hellingshoek tussen 20 en 40 graden is geplaatst. In Zeeland en Texel is dat meer, in het oosten van het land wellicht wat minder.
De geproduceerde energie wordt direct verbruikt door apparatuur die aanstaat in desbetreffend pand. Een eventueel tekort wordt aangevuld door het elektriciteitsnet, een overschot wordt teruggeleverd aan het openbare net tegen inkoopprijs (max. 5.000 kWh/jaar). Ongeblokkeerde draaispoelmeters gaan terugdraaien wanneer het zonnestroomsysteem een overschot produceert. Digitale elektriciteitsmeters gaan stilstaan ten tijde van teruglevering. Dit is zeer onwenselijk, je kostbare zonnestroom verdwijnt economisch in het elektriciteitnet. Maar, er zijn ook digitale meters met een teruglevertelwerk. Hierop wordt precies geregistreerd precies hoevéél je teruglevert. Dit mag je later salderen met je verbruik (max. 3.000 cq. 5.000 kWh/jaar)
Garanties op zonnepanelen
Zonnepanelen worden op de gehele wereld geproduceerd. Er zijn kwaliteitsverschillen. Bij aanschaf van een systeem is het in ieder geval van belang te checken of de panelen een IEC 61215 en een TüV certificaat hebben. Daarnaast worden er vaak jarenlange garanties afgegeven, bepaal voor jezelf of de producent van de panelen er ook over 20 jaar nog is wanneer jij aanspraak wilt maken op je garantie.
Productgarantie voor zonnepanelen varieert tussen de 2 en 10 jaar. Vermogensgarantie is doorgaans 10 jaar 90% en 25 jaar 80%. Dat betekent dat bijvoorbeeld een 200Wp paneel na 24 jaar nog steeds minimaal 80% van zijn oorspronkelijke vermogen moet kunnen leveren (160Wp).
Netgekoppelde zonnestroomsystemen
Een netgekoppeld zonnestroomsysteem bevat volgende componenten:
één of meerdere zonnepanelen (die gelijkstroom opwekken)
één of meerdere omvormers (die de gelijkstroom omvormen naar wisselspanning)
bevestigingsmateriaal (voor platte daken, pannendaken, golfplaten daken etc. of zelfs vrijstaande velden op de grond)
DC-bekabeling (gelijkstroom, van panelen naar omvormer) en AC-bekabeling (wisselstroom, van omvormer naar stopcontact cq. meterkast)
eventueel een monitoringsunit waarmee het functioneren van het systeem gevolgd kan worden
Let op; als de stroom in de straat uitvalt, heb je ook géén stroom van je zonnepanelen! Dit heeft te maken met veiligheidsvoorschriften. Dus het onafhankelijkheidsgevoel is niet technisch, maar enkel prijstechnisch!
Dunne film zonnepanelen zijn doorgaans wat goedkoper dan kristallijne panelen. Maar, ze hebben per m2 veel minder vermogen. Of te wel, je hebt meer beschikbaar oppervlak nodig om hetzelfde vermogen te bereiken, of te wel hetzelfde aantal kWh-en op te wekken. Meer panelen dus, dus ook meer bevestigingsmateriaal, meer arbeid en meer meters kabel.
Er zijn nu ook flexibele dunne film panelen ingebouwd in bitumen, of in ronde buizen boven een reflecterende witte ondergrond.
Om prijzen van verschillende aanbieders te vergelijken kijk je altijd naar € / Wp. Want meer Wp-en betekent meer kWh-en!
Trackersystemen
Met name in Spanje vind je veel trackersystemen; de onderconstructies draaien mee met de zon en zorgen er voor dat er zo veel mogelijk zonlicht valt op de panelen. Er zijn 1- en 2-assige draaiconstructies.
Concentrators
Hierbij wordt met behulp van spiegels het zonlicht geconcentreerd op 1 kleine cel.
Vooralsnog zal de informatie op deze site zich met name richten op netgekoppelde systemen, deze worden in Nederland het meest gebruikt.
En zo zijn er nog vele bijzonder interessante zonnestroomtechnieken, maar even te diepgaand om hier te vermelden. Goed zoeken op het internet levert een schat aan informatie!
Omvormer
Zeer belangrijk onderdeel van een netgekoppeld systeem is de omvormer of inverter, tevens zwakste schakel van een systeem. Een omvomer en panelen zijn altijd een unieke combinatie en moeten altijd gematchd worden. Niet alle panelen passen op alle omvormers. Ook is de locatie bepalend voor indeling van lay-out, keuze type/aantal/indeling omvormers. Standaard zit er 5 jaar garantie op een omvormer. Tegen meerprijs kun je deze verlengen naar 20 jaar.
Monitoring
Vaak heeft de omvormer een display waarop actueel vermogen, totale kWh-opbrengst etc. te zien is. Ook zijn er mobiele displays verkrijgbaar, of zeer uitgebreide displays voor bijvoorbeeld in de hal van een bedrijf. Alleen een gecertificeerde opbrengstmeter wordt geaccepteerd voor SDE subsidieafrekening (bruto productiemeter).
Autonome zonnestroomsystemen
Autonome zonnestroomsystemen worden daar gebruikt waar een elektriciteitsnet ontbreekt of waar een aansluiting te duur is en er toch behoefte bestaat aan elektriciteit. Soms voorzien dieselaggregaten dan in de stroom. Maar lang niet altijd zijn deze aggregaten technisch niet inpasbaar of zijn de ‘bijwerkingen' (lawaai, aanvoer diesel, uitstoot) niet gewenst. Zonnepanelen vormen dan een duurzaam, onderhoudsvrij en zeer betrouwbaar alternatief. Denk bijvoorbeeld aan afgelegen gebieden in Afrika, boeien in zee, in de ruimte vaart, op schepen etc. Maar er zijn ook mobiele lichtmasten, parkeermeters en waterpompsystemen die functioneren op zonnestroom.
De overdag geproduceerde elektriciteit wordt opgeslagen in accu's, zodat ook ‘s avonds en ‘s nachts de elektriciteit gebruikt kan worden. De accu's moeten natuurlijk wel voldoende capaciteit hebben om een paar donkere dagen te overbruggen, voornamelijk in de wintermaanden. Een laadregelaar is onontbeerlijk bij een autonoom systeem; hij regelt de laad- en ontlaadstroom naar de accu's. De accu's leveren 12 V. Er bestaan speciale lampen, koelkasten, pompen die op 12 V voeding functioneren.
6. Integratie in gebouwen: prachtig of spuuglelijk?
Een architect wil gewoon een mooi ontwerp maken
Zonnepanelen steeds vaker toegepast in woningen en gebouwen
Een gebouw moet een dak hebben, en een gevel. Dat zijn een paar van de verplichte architectonische bouwstenen. Daartoe behoren zonnepanelen niet. Maar dat betekent niet dat architecten er niets van willen weten. “Er ontstaat steeds meer kennis en begrip van de mogelijkheden van PV in gebouwen,” stelt Henk Kaan (ECN). In een internationaal samenwerkingsverband stelde hij met collega-architecten een aantal handvatten op, zodat architecten en projectontwikkelaars verder komen dan ‘prachtig’ of ‘spuuglelijk’. Van de in de bouw toegepaste zonnepanelen is maar een beperkt deel architectonisch geslaagd. Daarmee bedoelt Henk Kaan, opgeleid als architect, niet dat architecten sukkels zijn. Integendeel. “Voor de meeste architecten staan de visueel-esthetische aspecten voorop. Met lijnen, vormen, kleuren en textuur proberen ze een ruimtelijk object te scheppen. Binnen het programma van eisen van de opdrachtgever liggen hier de uitdagingen voor de architect. Maar die denkt niet direct aan het toepassen van een zonnepaneel als interessant bouwmateriaal. Hier is nog veel te bereiken.”
Kaan herinnert zich nog goed het eerst grootschalige PV-project in de Nederlandse woningbouw. Dat was de wijk Nieuw-Sloten, ten zuidwesten van Amsterdam. De architect daarvan was Machiel van der Torre, die nog nooit met zonnepanelen te maken had gehad. Kaan: “Het was een eis van de opdrachtgever, en Van der Torre heeft zich ervoor opengesteld. Hij zag het als een architectonische uitdaging. Maar zo zijn ze niet allemaal.”
Rem Koolhaas, Renzo Piano
Op de vraag wat voor een doorbraak kan zorgen, denkt Henk Kaan even na. “Een beproefd recept is dat een architect van naam en faam in een spraakmakend ontwerp zonnepanelen opneemt. Als Rem Koolhaas, Renzo Piano of Norman Foster een gebouw ontwerpt waarin zonnepanelen prachtig geïntegreerd zijn, zul je zien dat andere architecten volgen. De grote held heeft de toon gezet. En ook opdrachtgevers zullen er oren naar hebben. In de hele geschiedenis van de architectuur heeft dit mechanisme gewerkt, dus dat zal hier ook gelden.”
Aan de andere kant kent Kaan ook architecten die al helemaal vol zijn van ‘duurzaamheid’, die hun ontwerpen erin onderdompelen. Die hebben last van wat iemand ooit het ‘ruitenwissereffect’ noemde, stelt hij onomwonden, waarbij de voorruit van een auto de ideale vorm krijgt om ze met de wissers te reinigen. De rest van de auto moet zich maar voegen naar deze voorruit. Vertaald naar architectuur vinden ze het detail duurzaamheid zo belangrijk dat dat hun ontwerp gaat beheersen. Kaan: “architectonisch is zo’n ontwerp dan uit balans, terwijl een goede architect een ontwerper is die evenwichtig compromissen sluit.”
Let wel: Duurzaamheid is geen vloek in de wereld van de architect. Van de energietechnologieën is het zonnepaneel het meest geschikt om te worden geïntegreerd in de gebouwde omgeving. Dat scheelt weer een apart aan te brengen draagconstructie en het scheelt in ruimte. Architecten moeten leren met PV-elementen om te gaan, zegt Kaan, maar het heeft geen zin om dat verplicht te stellen. “In Duitsland is dat wel gedaan. De overheidsgebouwen in Berlijn die na de samenvoeging van beide Duitslanden werden neergezet, moesten 10 procent van hun stroombehoefte dekken met zonnepanelen. Dus ook de historische Reichstag. Dat levert dus het bizarre beeld op dat je vanuit de glazen koepel bovenop het gebouw op een lager gelegen dak een zootje zonnepanelen ziet liggen. Vanaf de straat zie je niks, want de architect heeft ze weggemoffeld achter een borstwering.”
Zonnepanelen zijn een optie
Een team van 10 architecten, uit verschillende landen, zocht in het kader van een werkprogramma van het International Energy Agency naar architectonische criteria voor het toepassen van zonnepanelen in gebouwen. Zij kwamen tot de volgende opsomming:
Deze criteria lijken zo logisch, zo universeel toepasbaar op elk bouwmateriaal. “Klopt,” zegt Kaan. “Dat ze hier zo expliciet worden gekoppeld aan zonne-energie heeft te maken met het feit dat zonnepanelen niet onmisbaar zijn. Ramen, een dak, deuren … die moeten erin, wat je ook ontwerpt. Zonnepanelen zijn een optie waarvoor je kunt kiezen om de gewenste energieprestatie te halen. Dan bestaat het risico, dat de zonnepanelen worden toegevoegd aan het ontwerp, vaak in een laat stadium, waardoor de architectonische integratie al snel zoek kan raken. Kijk maar eens in Duitsland, waar bij veel vrijstaande woningen de zonnepanelen zonder meer op het dak zijn gelegd. Iedereen is het erover eens, dat dat er niet uit ziet.”
Zonnepaneel heeft high tech-imago
Architecten willen de ruimte tussen hemel en aarde vullen met iets moois. Daarvoor gebruiken ze materialen die zij daarvoor geschikt achten. “Zonnepanelen zijn geen materialen waar een architect meteen aan denkt als hij op zoek is naar bouwmateriaal,” vindt Kaan. “Ten eerste zijn panelen ontworpen door fysici, die werden gedreven door rendement. Esthetische eisen hebben daarbij in eerste instantie geen rol gespeeld. Daar wordt een architect dus niet direct warm van.”
Vervolgens zie je dat een fabrikant het ei van Columbus presenteert: een dakpan waarin een PV-element is verwerkt. Kaan: “Die verwacht dan dat architecten dolblij zijn met zijn integratie van een nieuwe techniek in een eeuwenoud bouwmateriaal en dat heel Nederland er spoedig mee vol ligt. Misschien is dat aardig voor de retro-architectuur van Vinex-locaties, maar er zijn denk ik weinig architecten die een materiaal dat een ‘high tech’ imago heeft van die symbolische functie willen ontdoen. Heb je een nieuw ‘bouwmateriaal’ als zonnepanelen, gebruik ze dan ook op een innovatieve wijze. Op een manier die het high tech-imago recht doet.”
Goedkoper dan natuursteen
Architecten hebben hun eigen redenen en werkwijze om een gebouw te ontwerpen zoals ze dat ontwerpen. Maar ze zullen altijd moeten voldoen aan de wens van de opdrachtgever. “Projectontwikkelaars gebruiken gebouwen als manier om geld te verdienen aan hun investering. Het object moet tamelijk neutraal zijn, zowel esthetisch als qua prijs. Dan denk je dat zonnepanelen helemaal uit beeld zijn, maar dat is niet zo. Zonnepanelen kunnen een dubbelfunctie vervullen, bijvoorbeeld als elektriciteitsopwekker en als zonwering of als gevelbekleding. Per vierkante meter gevelbekleding is een zonnepaneel goedkoper dan natuursteen. Dus ook kantoorgebouwen kunnen zonnestroom leveren.”
7. Ontwikkeling van zonnestroomvermogen verloopt exponentieel
In 2011 groeide het wereldwijd geïnstalleerd vermogen met maar liefst 70% tot een totaal vermogen van 67 GW. Duitsland is wereldkampioen zonne-energie met een opgesteld vermogen aan zonnepanelen van 25 GW eind 2011. Dit is even veel als het huidige totale vermogen van alle kolen, gas- en kerncentrales samen in Nederland. Dit illustreert hoe zonne-energie een steeds belangrijkere rol speelt in onze huidige energievoorziening en zal spelen in de energievoorziening van de toekomst.

8. Terugleveren en salderen: wetgeving en overige regels (Nederland)
De wetgeving in Nederland (en ook elders) is in constante beweging, de laatste jaren zijn regelmatig aanpassingen doorgevoerd. Voor de laatste stand van zaken kunt u het beste zoeken op de gespecialiseerde wetgevingssites van de rijksoverheid. Als onderstaande informatie volgens u achterhaald is, stelt ODE het op prijs om een mailtje te ontvangen (info(at)duurzameenergie.org).
Op het informatieloket van de overheid voor consumenten, consuwijzer, treft u voorbeelden aan die verhelderend werken. U kunt deze informatie hier vinden.
Voor Vlaanderen: zie http://www.ode.be/zonnestroom/regelgeving/wetgeving
Stand van zaken oktober 2012
Wat zegt de wet? De wetteksten waarom het draait zijn de volgende.
Elektriciteitswet 1998, artikel 31c:
"Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid , die elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier de meterstand ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, met een maximum van 5000 kWh aan op het net ingevoede elektriciteit. Indien de hoeveelheid op het net ingevoede elektriciteit groter is dan 5000 kWh biedt de leverancier voor het meerdere een redelijke vergoeding op basis van artikel 95c, derde lid ."
Bij negatief verbruik en overschrijding van de salderingsgrens, geldt dus het recht op saldering niet meer en heeft de verbruiker alleen recht op een redelijke terugleververgoeding:
Elektriciteitswet 1998, artikel 95c:
"1.Bepalingen die zijn opgenomen in overeenkomsten inzake levering van elektriciteit aan afnemers die beschikken over een aansluiting op het net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80A en die tot doel hebben de opwekking van duurzame elektriciteit te verbieden zijn onverbindend.
2.Een houder van een vergunning is verplicht een aanbod van een afnemer als bedoeld in het eerste lid tot teruglevering van door hem geproduceerde duurzame elektriciteit te aanvaarden.
3.Een houder van een vergunning betaalt de afnemer bedoeld in het eerste lid een redelijke vergoeding voor door hem aan het net geleverde duurzame elektriciteit.
4.Bij algemene maatregel van het bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de door een houder van een vergunning te betalen redelijke vergoeding bedoeld in het derde lid."
9. Algemene Maatregel van het bestuur over redelijke vergoeding
Een overzicht van de teruglevertarieven van energieleveranciers is Het salderingsoverzicht 2012 van Stichting Zonne-energie Wageningen is gepubliceerd op www.zonne-energie-wageningen.nl.
Cruciaal is de vraag hoe de Belastingdienst omgaat met onbeperkt salderen. In de Wet Belastingen op Milieugrondslag is de Energiebelasting beschreven.
Wet Belastingen op Milieugrondslag, artikel 50, lid 2:
"Indien de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, via een aansluiting elektriciteit op het distributienet heeft ingevoed ter zake waarvan artikel 31c dan wel artikel 95c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 wordt toegepast, is het eerste lid van toepassing op het positieve saldo van de via de aansluiting geleverde elektriciteit minus de via de aansluiting ingevoede elektriciteit."
Hier staat dat Energiebelasting moet worden betaald over het positieve saldo van de geleverde elektriciteit minus de teruggeleverde elektriciteit. Dit betekent dat dit wetsartikel onbeperkt salderen toestaat en dat over een negatief verbruik geen Energiebelasting betaald hoeft te worden.
Het is overigens erg belangrijk de wetsteksten nauwkeurig te lezen. Artikel 50 van de WBM is ook van belang voor allerlei andere constructies. Hieronder is dit artikel ‘vertaald’.
Wet Belastingen op Milieugrondslag, artikel 50, in ‘normale’ taal, toegespitst op elektriciteit uit zonnepanelen:
Conclusie
Op basis van bovenstaande wetsartikelen is het iedere leverancier toegestaan onbeperkt te salderen. In de praktijk gebeurt het al dat energieleveranciers een hogere salderingsgrens aanhouden dan in de wet staat. Het verder verhogen van de salderingsgrens of onbeperkt salderen is een uitbreiding van deze bestaande praktijk.
Wat schieten we ermee op?
Voor de meeste consumenten levert onbeperkt salderen geen voordeel op. De grens van 5.000 kWh per jaar teruggeleverde elektriciteit wordt zelden bereikt.
Voor consumenten zijn de condities van Greenchoice gunstig, want ook over een negatief verbruik wordt een riante vergoeding gegeven (Greenchoice legt hier geld op toe). Een andere leverancier die onbeperkt salderen faciliteert, Atoomstroom, richt zich op een andere doelgroep: de grotere kleinverbruikers. Dat zijn aansluitingen met een aansluitwaarde niet groter dan 3x80A, maar met een relatief hoog elektriciteitsverbruik. Agrariërs of kleine bedrijven vallen hieronder.
In het oog moet worden gehouden dat de grotere kleinverbruikers ook minder voor hun elektriciteit betalen. De Energiebelasting is gestaffeld en voor het verbruik boven de 10.000 kWh is de Energiebelasting een stuk lager. Het tarief in de staffel 10.000 – 50.000 kWh bedraagt € 0,0415. Inclusief BTW betekent dit een voordeel van 5 cent per kWh. Dit kan echter genoeg zijn om een grote zonnestroominstallatie rendabel te krijgen. Deze grotere kleinverbruikers zijn immers vaak ook ondernemer en mogen dus gebruik maken van fiscale voordelen zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA), Milieu-investeringsaftrek (MIA), Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en Willekeurige Afschrijving (WA). Onbeperkt salderen is dus weer een stapje de goede richting op.
Hoe gaan andere energieleveranciers hier op reageren?
10. Factsheet Nederlandse markt zonne-energie
(bron: Natuur en Milieu)
Het is nooit eerder zo interessant geweest voor woningeigenaren om zelf ‘zonne’stroom van het eigen dak te gaan produceren. Dit komt met name door de combinatie van de relatief hoge energiebelasting voor consumenten en de grote prijsdaling van zonnepanelen in korte tijd.
De stroomprijs en energiebelasting in Nederland
De prijs per kWh elektriciteit voor consumenten is in Nederland relatief hoog en bedraagt ongeveer € 0,25 (CBS energieprijsontwikkeling 3e kwartaal 2011). Dat komt omdat in Nederland relatief veel energiebelasting wordt geheven op kleinverbruikers vergeleken met andere Europese landen (CE 2011), 60% van de stroomprijs voor consumenten bestaat momenteel uit energiebelasting en BTW. Naar verwachting zal de stroomprijs voor consumenten de komende jaren stijgen.
Zoals hierboven aangegeven hoeft over stroom die wordt opgewekt met zonnepanelen voor eigen gebruik geen energiebelasting en BTW te betaald te worden en voor teruggeleverde electriciteit krijg je de prijs en belastingen terug tot 5000 kwh.
De prijs van zonnepanelen
De prijs van zonnepanelen is de laatste 10 jaar in Nederland met ruim 80% gedaald. Deze spectaculaire daling is een gevolg van mondiale massaproductie aangedreven door een gesubsidieerde vraag uit landen zoals Duitsland, efficiëntere productiemethoden en een verbetering van het energetisch rendement van de zonnecellen. Nederlandse particuliere huiseigenaren kunnen inmiddels panelen kopen voor een prijs van 0,80 euro cent per Wattpiek (excl. btw) tegen meer dan 4 euro tien jaar geleden. Dit betekent dat een huishouden die tien jaar geleden 2000 kWh zonnestroom wilde opwekken nog ongeveer 10.000 euro moest betalen voor de panelen en nu nog maar 2000 euro (excl. btw).
Woningeigenaren hebben echter niet alleen panelen nodig om stroom op te wekken uit energie van de zon, maar ook een omvormer, montagematerialen, kabels en een installateur die de panelen monteert en de meterkast aanpast. De panelen vormen nu ongeveer 35-40% van de totale kosten en dat aandeel zal verder kunnen afnemen. Andere factoren dan de panelen bepalen dus in toenemende mate de prijs van een all-in-zonpakket. De verwachting is dat prijzen van deze factoren, zoals arbeidsloon van een installateur, niet snel naar beneden zullen gaan.
Zonnestroom van je eigen dak zonder subsidie is goedkoper dan stroom van energiebedrijven
Voor stroom ingekocht bij het energiebedrijf betalen consumenten nu gemiddeld 25 cent per kWh, terwijl woningeigenaren zelf zonnestroom kunnen opwekken met eigen zonnepanelen tegen ongeveer 21 cent per kWh[1].
[1] Hierbij is uitgegaan van de volgende bronnen en uitgangspunten: de kostenontwikkeling van zonnecellen en panelen sinds het jaar 2000 zijn gebaseerd op gegevens van de Europese zon-pv industrie associatie (EPIA, 2011), uitgangspunt is een zonnepakket met omvang van 1920 Wp, een conversieratio Wp-kWh van 0,88, eenmalige installatie en overige kosten van ca 1800 euro, een discontovoet van 6%, een afname-degradatie van het rendement van de panelen met 0,5% per jaar, extra vervangingskosten van 883 euro voor een nieuwe omvormer na 12 jaar en een totale levensduur van de panelen van 25 jaar. De prijs van stroom van energiebedrijven is gebaseerd op CBS (2011).