Vereniging voor eigen energie
Bookmark and Share

Windenergie

Altijd zijn er mensen geweest die wisten dat de wind voldoende kracht had om er gebruik van te maken. De vraag is: hoe doe je dat? Al eeuwenlang proberen mensen de energie van windkracht met windmolens te benutten. Waar zou Nederland zijn zonder windmolens? Werd vroeger water verpompt en graan gemalen. De ontwikkelingen gingen door, ook nadat stoommachines een groot deel van de Oud-Hollandse molens overbodig hadden gemaakt. Met de moderne windturbines worden grote hoeveelheden energie opgewekt. Windenergie is schone en duurzame energie.

Het gebruiken van de wind dateert al van ver voor onze jaartelling. Er waren perioden van verval, maar telkens weer waren er mensen die beseften dat met wind veel mogelijk moest zijn. In vroeger tijden werd met windmolens energie uit de wind gebruikt om graan te malen, hout te zagen of water omhoog te pompen. In de moderne variant wordt wind omgezet in elektrische energie.

In Nederland kwam de moderne windenergie in de beginjaren '80 van de grond. Er was meteen belangstelling bij particulieren die vanwege zorg om het milieu interesse hadden in windenergie of in die tijdgeest zelfvoorziening nastreefden.
Om onderscheid te maken tussen de oude en nieuwe windmolens, worden de moderne machines vaak windturbines genoemd.

 

ODE is een vereniging van mensen die zich kenmerkt door handelen. Dat wordt mooi geillustreerd door dit fragment uit de ontstaansgeschiedenis van het oogsten van electriciteit uit wind.

 

 

Techniek

Een windturbine bestaat uit een mast, een molenhuis ofwel de gondel en wiekenstel ofwel de rotor. Het rotorblad is het belangrijkste onderdeel.
Door de vorm van het blad wordt de energie in de langsstromende lucht omgezet in een draaiende beweging. Die draaiende beweging wordt via de hoofdas in de gondel versneld in een tandwielkast. De as van de tandwielkast drijft op zijn beurt een generator aan die elektriciteit opwekt. Op de gondel meet een windvaan de windrichting. Als de windrichting verandert dan zorgt een kruimotor ervoor dat rotorbladen en gondel op de wind gehouden worden.

Een windturbine kan stroom leveren wanneer het waait. Hoe sterker de wind hoe meer energie er wordt geleverd per tijdseenheid. Het generatorvermogen geeft aan wat de turbine maximaal kan produceren; meestal zal de produktie daar onder zitten omdat het lang niet altijd stevig waait. Een turbine begint stroom te leveren bij ongeveer 3 meter per seconde (windkracht Beaufort 2). Naarmate het harder waait neemt het nominale vermogen toe. Bij een windkracht van 12 meter per seconde (windkracht 6) bereikt de turbine doorgaans het maximale vermogen. Bij hogere windsnelheden blijft het vermogen constant en de turbine wordt automatisch stilgezet of teruggeregeld bij 25 m/s (ruim windkracht 10). Gaat het daarna minder waaien, dan gaat de windturbine automatisch weer draaien.

 

 

Opbrengst

De produktie van een windturbine wordt bepaald door met name de windsnelheid en het rotoroppervlak. Een twee keer zo hoge windsnelheid geeft een acht keer zo hoge opbrengst. Wanneer het rotoroppervlak twee keer zo groot wordt dan verviervoudigt dat de produktie.

We kunnen zo langzamerhand wel spreken van een tamelijk volwassen produkt wanneer we het over de windturbine hebben. Het gaat om een hoogwaardig technologisch produkt dat op het moment al bijna vanaf de tekentafel gerealiseerd kan worden. Ongelukken als afvliegende wieken komen vrijwel niet meer voor.

Aan de kust staan de meeste windturbines, aangezien het daar gemiddeld harder waait dan in het binnenland. Daar zal de terugverdientijd van een windturbine veel korter zijn dan in het binnen land. De netgekoppelde windturbines die nu op de markt zijn variëren van 850 kW tot 6 MW. Een 850 kilowatter kost ruim een miljoen Euro, een 6 MegaWatter aanmerkelijk meer. Maar turbines met gelijk vermogen kunnen desondanks toch sterk in prijs verschillen als de één een groter rotoroppervlak heeft dan de ander. De opbrengst is met een groter rotoroppervlak ook groter.

De prijs van een windproject hangt behalve van de turbine zelf ook af van de gekozen masthoogte, de funderingskosten, kabels en transformator. Verder zijn er nog kosten voor netaansluiting, toegangswegen, verhardingen, telefoonaansluiting en installatie. Jaarlijkse kosten betreffen onderhoud en verzekering.

 

De groei van windenergie op land

Onder de titel Landelijk Uitwerking Windenergie (LUW), werken Natuur- en milieuorganisaties, NWEA, ODE, IPO, VNG, de ministeries van EZ, LNV, Defensie en VROM samen aan het realiseren van windenergie op land. Eind 2011 moet de verdubbelingdoelstelling (2000 MW extra windenergie vermogen), op een verantwoorde manier zijn vergund of gerealiseerd. Centraal staat het oplossen van ruimtelijke knelpunten op de korte termijn. Voor de langere termijn gaat het er om een visie te formuleren, zodat windenergie ook na deze kabinetsperiode verder door kan groeien. Omdat de belangen van betrokken partijen niet gelijk zijn, vergt het de nodige inzet om met elkaar de ambitie te realiseren. In dit werkplan spreken bovengenoemde organisaties samen de wens en de intentie uit om te werken aan windenergie op land.

Windenergie op land is op dit moment de goedkoopste duurzame energiebron voor Nederland, zeker als je ook de kosten van vervuiling en gezondheidsschade door kolencentrales meerekent. Om de opwarming onder de twee graden te houden moet onze uitstoot van broeikasgassen snel omlaag. Windenergie levert van alle duurzame energie technieken per geïnvesteerde euro de grootste vermindering van broeikasgassen op. Om op korte termijn de CO2-uitstoot te verminderen moet Nederland daarom fors investeren in windenergie op land.

De mogelijkheden voor windmolens op land moeten maximaal benut worden. Volgens ODE kan Nederland in 2020 ruim 6.000 Megawatt vermogen aan windmolens op land worden geplaatst. Met het huidige overheidsbeleid voor wind op land gaat Nederland deze doelstelling niet halen. ODE pleit voor extra inzet en maatregelen.

Interview Cees Bakker (ODE / Kennemerwind) in VROM-brochure “De groei van windenergie op land”.

Ga naar de pagina over windenergie op de website van het Ministerie van VROM

 

 

Weerstand

De bijdrage van windenergie wordt door tegenstanders stelselmatig gekleineerd. De cijfers die daarbij gehanteerd worden zijn telkens dezelfde en zijn ontleend aan een boekje dat ir. Hans Halkema ruim tien jaar geleden schreef en zelf maar uitgaf omdat uitgevers al na de eerste bladzijde de fantast herkenden. In zijn persbericht bij de presentatie hekelt Halkema de leugens en halve waarheden van de windlobby en verzoekt hij de media toch vooral dóór te vragen omdat men volgens Halkema stelselmatig de feiten verdraait. Door vragen is vooral bij de uitspraken van Halkema zelf nodig. Daarom hier enkele uitspraken die de Halkema-groep telkens weer in de kranten zet, met daarna de werkelijkheid:

'De windlobby haalt steevast de begrippen vermogen en energieopbrengst door elkaar.'

Voor een (toekomstige) windturbine-exploitant is alleen de opbrengst interessant. Die kan bepaald worden als de gemiddelde windsnelheid op de locatie en ook de afmetingen (dus merk en type) van de windturbine bekend zijn. Een windturbine wordt vaak aangeduid met het fabrikaat en een getal wat het generatorvermogen aangeeft. Ook in de autobranche geeft men het motorvermogen aan. Dat dit vermogen bij auto's slechts zelden nodig is voor de maximaal toegestane snelheid in Nederland wordt er niet bij gezegd, maar weet iedereen. Dat het niet elke dag windkracht 10 is weet ook iedereen.
De productie van moderne windturbines ligt al gauw op enkele miljoenen kWh's. Omdat die grote getallen de gemiddelde leek niet zoveel zeggen wordt vaak de aldus bepaalde opbrengst gedeeld door het gemiddelde stroomverbruik van een Nederlands huishouden (ca. 3.200 kWh/jaar). Zo komt men tot een vuistregel die zegt: per MegaWatt windvermogen kunnen op een windrijke locatie ruim 700 huishoudens van stroom worden voorzien. De anti-wind-lobby vindt dit maar niks omdat men liever ontkent dat er zoveel energie wordt opgewekt met windenergie. Men praat liever in TWh (1.000.000.000 kWh) omdat niemand dat begrijpt en er bovendien een lekker klein getal uit rolt. Of men telt eerst de totale energieproductie in Nederland bij elkaar (gas en elektriciteit, maar nog geen zon...) en deelt dat door het aantal huishoudens om een eigen nieuw verbruik per huishouden te bepalen. Het aantal huishoudens waarvoor een windturbine van 1 MW dan de stroom produceert daalt dan drastisch en dat wil men graag. Maar wie verdraait in die berekening de feiten?

'Windmolens produceren geen energie onder de windkracht 4 en boven 7 à 8 moeten ze uit.'

Twee leugens in één zin, wederom bedoeld om de betekenis van windenergie te kleineren. In werkelijkheid begint een windturbine energie te produceren bij windkracht 2 à 3. Bij windkracht 6 bereikt een windturbine zijn volle vermogen en hij blijft daarmee produceren tot de windsnelheid langer dan 4 seconden groter is dan 25 meter per seconde. Dat is al ruim voorbij de grens van windkracht 10. Zodra de windsnelheid daalt en langer dan 5 seconden onder de 20 meter per seconden blijft, gaat de windturbine weer produceren. Deze veiligheidsbegrenzing heeft slechts minimale gevolgen voor de productie. Zulke windsnelheden komen slechts zelden voor en de constructies van de windturbine zou veel zwaarder gedimensioneerd moeten worden voor dit soort uitzonderlijke gevallen. Dat zou windturbines veel duurder maken.

'Windmolens draaien voornamelijk op subsidie in plaats van op wind'

Dat is wel een aardige one-liner, maar natuurlijk niet waar. De kosten van milieuvervuiling worden helaas nog onvoldoende aan de vervuiler doorberekend. Daardoor lijkt schone energie duurder dan andere energie. Als alle kosten, dus ook de zogenaamde externe kosten in rekening zouden worden gebracht zou duurzame energie - afhankelijk van de bron - tussen de 3 en 6 eurocent goedkoper zijn en daarmee goedkoper dan vuile energie.

 

 

Discussie

Niet iedereen beseft het belang van een duurzame energievoorziening. Maar de levering van fossiele energie is afhankelijk van het humeur van Rusland en Iran. Wat dat kan betekenen wordt zo nu en dan duidelijk als er weer eens een gaskraan is dicht gedraaid of met een leveringsstop of prijsverhoging is gedreigd. Kernenergie is vooral duur en het enige duurzame er aan is het radioactieve afval.

We zullen in de nabije toekomst wat anders moeten en daarbij is windenergie als de meest effectieve duurzame energiebron onmisbaar. Maar dat is tegen het zere been van sommige fossiele hoogleraren die hun kennis opdeden in de jaren '60 van de vorige eeuw en nadien te weinig hebben bijgeleerd.

De kernenergie-lobby is niet blij mee met het succes van windenergie en blijkt samen te werken met de anti-wind clubs in hun gevecht tegen windmolens. Als dolende ridders. Het is een al lang bekend verschijnsel, getuige de volgende uitspraak van de wijsgeer Arthur Schopenhauer:

"All truth passes through three stages. First, it is ridiculed. Second, it is violently opposed. Third, it is accepted as being self-evident."

"Alle waarheden doorlopen drie stadia. Eerst wordt het geridiculiseerd. Vervolgens wordt het hevig bekritiseerd.
Uiteindelijk wordt het geaccepteerd als vanzelfsprekend."

Arthur Schopenhauer (1788-1860)

 

Dwaallichten en Don Quichottes

Regelmatig bestoken dwaallichten zoals Lukkes en Halkema de media met steeds dezelfde boodschap in verschillende varianten. Sommige redacties publiceren dit graag en de zogenaamde 'Kritische Platforms' nemen de boodschappen maar wat graag over.

"Windenergie stelt niets voor en wordt nooit wat".
Het doet denken aan de mensen die begin 1900 autofabrikant Henry Ford bekritiseerden: "Het kan nooit wat worden met die auto, want er zijn geen wegen voor." Of: "want er staat geen paard voor."
De latente angst voor windturbines in de omgeving wordt opgeklopt met de meest verschrikkelijke gemanipuleerde foto's. Als windturbines eenmaal staan blijkt het telkens weer reuze mee te vallen.
Begin 1900 moesten auto's aan de kant gezet worden als er een paard en wagen aan kwam. "Opdat het paard niet schrikke..." (bron: ANWB)

Hoewel de argumentatie van tegenstanders verre van wetenschappelijk is en de kwaliteiten van windenergie in de praktijk dagelijks worden bewezen, is het helaas niet voor iedereen even makkelijk de zin van de onzin te onderscheiden. Daarom is het goed dat er mensen en instanties zijn die dat wel kunnen en daar over ook publiceren. Op deze pagina staan daarvan enkele voorbeelden. Het Inter Provinciaal Overleg *) is daar één van.

Een brief met begeleidend persbericht van het IPO aan Lukkes is in .pdf te downloaden vanaf deze website.  Een afschrift van beide stukken.

*)
Namens de gezamenlijke provincies, in samenwerking met het ministerie van VROM en met nadrukkelijke instemming van het ministerie van EZ.

 

De schone kant van het verhaal

"Een kolencentrale stoot per opgewekte kWh 1.000 gram CO2 uit. Een schone gascentrale altijd nog 400 gram CO2.
Windenergie slechts 8 (acht) gram per kWh.
Dan kunt u toch niet volhouden dat windenergie niets voorstelt?"

(Prof. Dr. Lucas Reijnders aan Dr. J.H.F. Jansen)

 

Het probleem
De problemen die ontstaan door onze overdadige uitstoot van CO2 zijn niet onmiddellijk zichtbaar zoals bij een op de klippen gelopen olietanker. Een mooie zomer lijkt leuk, maar de gevolgen van de CO2-uitstoot voor het klimaat zijn ernstig.
In 1990 was de uitstoot 212 Megaton CO2. Zonder maatregelen zou dat in 2010 oplopen tot 245 Megaton. Volgens de Kyoto-afspraak moeten we met 6% terug naar 199 Megaton. Dat is een reductie van ca. 20%, te realiseren in de komende 5 jaar. Dat is een zeer zware klus.

 

De oplossing
Je lost niets op door schone energiebronnen zomaar af te wijzen. Hoe denkt u zelf die 20% CO2 te gaan besparen? Of moeten anderen dat maar doen? We zijn zelf verantwoordelijk voor onze eigen uitstoot. En dus ook voor de vermindering daarvan. Dat vereist actie. De ODE Windcoöperaties zoals Kennemerwind doen er iets aan. Al met een klein bedrag kunt u meedoen met zo'n Windcoiöperatie. Zie voor de adressen elders op deze site.

 

Vuile energie wordt duurder
Een energiecentrale vergt een forse investering en voor elke kWh moet kostbare brandstof verstookt worden (1 m3 gas per 3 kWh). Het is nu al zeker dat olie en gas nog duurder zullen worden. Een windturbine vergt ook een investering, maar produceert daarna twintig jaar lang gratis grote hoeveelheden stroom zonder CO2 en andere narigheid uit te stoten. Windenergie is nu nog duurder dan vuile stroom omdat de vervuiling door andere bronnen nog onvoldoende in de prijs wordt meegenomen. Als dat wel zou gebeuren was windenergie nu al goedkoper. Verwacht wordt dat windenergie binnen tien jaar goedkoper zal zijn dan energie uit fossiele brandstoffen.

 

En kernenergie dan?
Ook uranium is een eindige grondstof. Bij de productie, het gebruik in kerncentrales en als afval is het vervuilend, gevaarlijk en het wordt nooit veilig. Eventuele schadeclaims lopen al snel in de miljarden en worden verhaald op de burger omdat die schade niet te verzekeren is. De overheid draait daarvoor op. Wij dus!

 

Forse energieproductie
Een moderne windturbine van 2 MegaWatt produceert in Zijpe ongeveer 6.000.000 kWh per jaar. Een gemiddeld gezin gebruikt in Nederland 3.450 kWh per jaar. Hoeveel kWh stroom gebruikt u zelf? Kijk op uw jaarafrekening of hou het zelf bij op uw kWh-meter.
Een eenvoudige rekensom leert dat zo'n windturbine stroom levert voor 1.740 gemiddelde huishoudens. (6.000.000 : 3.450 = 1.740). Hoewel het aandeel van windenergie nu nog klein is (10% van alle huishoudens), kan het in de nabije toekomst een grote bijdrage leveren aan onze stroomvoorziening. We zijn op de goede weg en moeten vooral doorgaan!

 

Opbrengst
Men zegt dat windenergie niets voorstelt en vergelijkt dit met het totale energieverbruik in ons land. Daar kunnen we echter weinig aan doen. Toen de aardgasbel in Slochteren werd ontdekt heeft Nederland veel energieverslindende industrie aangetrokken die onder gunstige voorwaarden ons gas mocht opmaken. Er werd ook een extra kerncentrale voor de industrie gebouwd. Het is raar om al die industriële energie om te rekenen naar burgers. Die kunnen daar niets mee. Mensen kunnen wel zelf energie besparen. Iedereen kan duurzame energie opwekken met zonne-energie en een Windcoöperatie.

Men zegt dat windturbines een lage 'productiefactor' hebben. Dat is een term waarmee het (lage) rendement van centrales wordt aangegeven. Centrales zetten maar 40% van de ingevoerde brandstof om in elektriciteit. De rest gaat met het koelwater verloren! Men zegt dat het goedkoper is om het rendement van bestaande centrales te verhogen. Als dat waar was zou het al lang gebeurd zijn!

De productie van een windturbine is met de technische gegevens van de windturbine en de gemiddelde windsnelheid ter plaatse aardig te voorspellen. Plotselinge uitval wordt voorkomen door het vermogen van windturbines tijdig te regelen. Verschillen kunnen worden opgevangen door het op en af regelen van centrales. Die centrales zijn daar ook voor. Kerncentrales kunnen moeilijk teruggeregeld worden en alle kosten gaan daarbij onverminderd door. Energie van een windturbine is na de eerste investering vrijwel gratis. Er zijn alleen nog kosten voor het jaarlijks onderhoud en de exploitatie.

 

Schade?
Op basis van aantoonbaar misleidende informatie, zonder een goed weerwoord van een ambtenaar, heeft een belastingrechter in Leeuwarden een rare uitspraak moeten doen. De Hoge Raad die niet naar de feiten maar alleen naar de gevolgde procedure kijkt, kon niet anders dan die rare uitspraak bevestigen. Maar de feiten liegen niet. De foto's die de bezwaarmaker liet zijn waren gemanipuleerd. Het is dus nogal simpel om te veronderstellen dat iedereen binnen 2,5 km van een windturbine straks slapend rijk zal worden op kosten van de gemeente of iemand anders. Zo zit de wereld gelukkig (nog) niet in elkaar. Als iedereen hard gaat roepen dat een huis in de omgeving een windturbine minder waard wordt, wordt het misschien ook nog wel eens waar. Tot nu toe is er geen enkele reden voor om dat aan te nemen en is bij een onderzoek onder makelaars zelfs het tegendeel aangetoond.

 

Hinder
Vóór een windturbine geplaatst wordt, moet aan allerlei eisen en voorwaarden worden voldaan. Hinder voor omwonenden en vogels, door geluid, slagschaduw en mogelijke andere oorzaken wordt daarmee voorkomen. Risico's worden verkleind door strenge technische eisen die telkens weer leiden tot kwaliteitsverbetering. Gevaar is praktisch uitgesloten door allerlei veiligheidseisen en maatregelen.

 

Kosten
Iedereen lijkt alles te weten over de bedrijfsvoering van een windturbine. Exploitanten zouden slapend rijk worden. In werkelijkheid is het realiseren van windturbines een ingewikkeld proces met hoge kosten en onzekere baten. De samenleving wordt behoorlijk beter van de productie van schone stroom. Die maatschappelijke voordelen worden door het rijk beloond met een bedrag per opgewekte kWh dat echter onder politieke druk staat en regelmatig wordt verlaagd. Het rijk loopt met windenergie geen enkel risico. Dat is heel wat anders dan bij de Betuwelijn, de HSL of een kerncentrale.
De huidige centrales zijn destijds met grote overheidssteun neergezet. Daarom kunnen ze nu nog goedkoper energie produceren. Door marktwerking worden ze echter steeds meer gedwongen onder dezelfde voorwaarden als windenergie hun energie te produceren. Dat gaat geld kosten. Dat is goed voor windenergie, want daardoor wordt het schoon opwekken van energie eerder concurrerend.

 

Nevenvoordelen
Niet iedereen vindt windturbines mooi. Ze zijn zichtbaar aanwezig en dat vergt enige gewenning en flexibiliteit. Windenergie heeft echter talloze voordelen. Om windenergie hoeft geen oorlog gevoerd te worden zoals om de olievoorziening. Dat scheelt enorm veel ellende en maatschappelijke kosten, die overigens niet in de prijs worden verwerkt. De wind is van iedereen en er is meer dan genoeg van. Ook voor afgunst is geen reden. Iedereen kan meedoen met een windcoöperatie.
Door steeds meer schone energie op te wekken hoeven bestaande centrales minder te stoken en dus minder te vervuilen. Dat was precies de bedoeling, want schone energie is veel gezonder voor ons. Windenergie vormt decentraal vermogen, relatief dicht bij de afnemers in de buurt. Het voordeel daarvan is dat de kwaliteit van het elektriciteitsnet er beter van wordt. Iedereen profiteert daarvan.

Iedereen kan meedoen met een Windcoöperatie.

 

NWEA: 'Feiten die pleiten vóór windenergie'

Er wordt over windenergie in de media heel veel gezegd en geschreven. Als een raadslid informatie zoekt en het woord "windenergie" intoetst in Google, komt er erg veel op het scherm. Zonder enige deskundigheid is het moeilijk om te beoordelen wat van al het beweerde zin of onzin is. Daar wil het NWEA met "Feiten die pleiten vóór windenergie" wat aan doen.
De NWEA is een stichting waarin de branche-organisaties op het gebied van windenergie (PAWEX, NEWIN en de FME-Windenergie Groep) samenwerken.

Het document is opgesteld door deskundigen die dagelijks werken aan de technieken van vandaag en morgen. Wetenschappers van kennisinstituten ECN, TNO en KEMA en van de betreffende vakgebieden aan universiteiten en hogescholen hebben hun bijdragen en commentaar aan dit document geleverd.

Ter wille van de handzaamheid is gekozen voor korte krachtige formuleringen met verwijzingen naar meer goede informatie. De notitie blijft een dynamisch document. Over bepaalde onderwerpen komen aanvullende teksten. Zo zullen in de loop van de tijd (ook op deze site) alle vooroordelen aan de orde komen.

Download de NWEA publicatie 'Windenergie: de feiten' op de website van NWEA (pdf 2,71 MB)

 

Links naar meer informatie

De site windenergie.nl geeft algemene informatie over windenergie. Zeer bruikbaar voor werkstukken op school. Voor de laatste stand van zaken zie de statistieken.

Alles over de theorie van windenergie, kijk op de Deense site van Windpower.org, met internationale informatie, maar helaas niet in het Nederlands.

Over de weerstand die windenergie ondervindt wordt op de website van Kennemerwind uitgebreid ingegaan.

De geactualiseerde versie van 'Alles in de wind', waarmee alle onzin van de anti-wind- en pro-kernenergie-lobby wordt weerlegd door Nederlands echte deskundigen op het gebied van windenergie prof. Gijs van Kuik (TU-Delft) en Ir. Jos Beurskes (ECN), is eind 2004 verschenen en hier te downloaden. (pdf 4,00 MB)

Download de NWEA publicatie 'Windenergie: de feiten' op de website van NWEA (pdf 2,71 MB)

Een reactie op de leugens zoals (ook) in Duitsland over windenergie de ronde doen. Vals spel. Een vertaling.

 

Kleine windturbines

Als we het hebben over windenergie bedoelen we meestal de schone energie die in geweldige hoeveelheden wordt opgewekt met windturbines met vermogens tussen 0,5 en 3 of meer Mega-Watten. Daarnaast is er de mogelijkheid om met kleine windmolentjes van vaak enkele enkele kilo-Watten te voorzien in de eigen behoefte aan duurzame energie. Daarover gaat het hier.

opgewektnu-fortismolenKleine windmolens kunnen een zinvolle mogelijkheid zijn voor kleinschalige particuliere opwekking van duurzame elektriciteit in de bebouwde omgeving. Deze molens zijn speciaal ontwikkeld voor het plaatsen op of naast gebouwen. Dat betekent dat deze molentjes geacht worden goed te presteren onder het windregime tussen gebouwen en de daar voorkomende turbulenties goed kunnen benutten of weerstaan. Daarnaast moeten ze veilig en stil functioneren. Ook het esthetisch aspect is belangrijk, omdat ze visueel vaak een geheel vormen met de objecten waarop ze geplaatst zijn.
Op de foto een Fortis molentje bij de opening van de Manifestatie 'Opgewekt.Nu' op het NDSM-terrein. (klik op de foto voor een vergroting)

Op 14 dec '06 werd in Breukelen een symposium gehouden over de diverse aspecten van kleine stedelijke windturbines. Doel van het symposium was om een zo objectief en zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de huidige status van kleine windturbines in Nederland. Aan de orde kwamen: technologie, marktomstandigheden, producten en praktijkervaringen. Alle aspecten werden belicht door direct betrokken ter zake kundige partijen.

In het januari-nummer (2007) van het ODE-Tijdschrift 'WINDNIEUWS' wordt aandacht besteed aan dit onderwerp. Belangstellenden kunnen deze special over 'Urban Windturbines' (UWT's) van het ODE-Tijdschrift 'WINDNIEUWS' tegen kostprijs toegezonden krijgen door € 10,- per exemplaar over te maken op de Postbankrekening van ODE: 4088288, onder vermelding van: 'Special UWT' en het verzendadres, want dat gaat niet automatisch!

Het ziet er naar uit dat het niet bij dat ene nummer zal blijven. Beter is het daarom direct lid van ODE te worden. Dat kan inclusief 'WINDNIEUWS'. Zie elders op deze site. Het symposium werd gehouden in het kader van het Europese WINEUR project dat in 2005 en 2006 door onderzoeksbureaus uit Frankrijk, Engeland en Nederland is uitgevoerd. In Nederland werd het onderzoek getrokken door de bureaus Horisun (Utrecht) en ARC (Amsterdam). Het doel van het project is om te onderzoeken of kleine windturbines een optie zijn voor duurzame energie in gebouwde omgeving. En zo ja, het in kaart brengen van de belangrijkste knelpunten en aangeven hoe deze aangepakt kunnen worden.

Informatie in achterliggende teksten:

'Voor de wind gaan',
Verslag van studiedag Van Hall Larenstein (Leeuwarden) op 21 nov 07 (pdf 20 kB)

'Leidraad kleine windturbines'
Eindrapport EU-project 'Wineur' (pdf 5.635 kB)


Testveld Schoondijke

In Schoondijke (Zeeuws Vlaanderen) is een testveld in gebruik genomen met daarop een aantal verschillende fabrikaten kleine windturbines. Op zaterdag 19 jan 08 gingen mensen van de ODE windsectie daar op excursie. De opzet van het vergelijkend onderzoek werd toegelicht door Niek Tramper van Delta. Zijn presentatie is HIER te downlaoden.
De testperiode van een jaar was nog niet ingegaan om de leveranciers de gelegenheid te geven hun molen optimaal in/af te stellen. Dat was voor een aantal van hen maar goed ook. Na het testjaar zullen de resultaten aanleiding worden voor een aantal faillisementen.

Bijgaand een foto van de opening op 7 november 2007.

 

Zelfbouw

Naast de in de handel verkrijgbare kleine windmolens bestaat ook de mogelijkheid om zelf een kleine windmolen te bouwen. Daar zijn al sinds jaar en dag mensen mee bezig en er is ook allerlei literatuur over beschikbaar. ODE zelf gaf in de beginjaren daarvoor een handleiding uit. Kort geleden is een vertaling verschenen van een gerenomeerde zelfbouwer. Peter Broekmeulen, zelf een actieve zelfbouwer, vertaalde het en gaf de Nederlandse versie uit. Zie de betreffende pagina op deze site.